Diego_pos Orkest Syna_noah

Herinneringen - D. Pos

Diego Pos vertelt over de film 'Ongewisse Tijd'

Hoe herinner je je iets over je familiegeschiedenis als het plaatsvond voordat je geboren werd? Dat doe je door de herinneringen en verhalen van je ouders en grootouders tot een deel van je eigen herinnering te maken. Maar als je nou nog langer terug wilt? Dan zal je het moeten doen met een papieren geheugen. In de meeste gevallen heb je het dan over een archief.
 
In 2006 maakte ik een film over mijn familiegeschiedenis in Suriname, van de eerste twee jonge Joodse violisten die met de boot aankwamen, tot mijzelf als jongste en laatste telg van het geslacht Pos die Suriname in 1962 weer verliet. Mijn eigen verhaal had ik paraat, dat van mijn ouders en grootouders kon ik nog optekenen, voor alles wat daarvoor gebeurde moest ik op zoek.
Ook al omdat de film niet zozeer over mij en mijn familie moest gaan, maar op de achtergrond het wel en wee van die in Nederland zo onbekende groep Joden in Suriname moest schetsen die daar toch al 350 jaar zaten.
 
De stamboom viel goed te destilleren uit de geboorte- en sterfteboeken van de Joodse gemeente, die bewaard zijn gebleven. Dat geeft een beeld hoeveel kinderen men had, hoe oud er getrouwd werd, hoe oud men werd, welke families elkaar door de eeuwen heen steeds kruisten.
Maar bepaalde in Suriname toch niet onalledaagse dingen als buitenkinderen kwam je er niet in tegen. Op zijn best kon je uitvinden wat een voorouder voor beroep had gehad, een enkele keer werd hij of zij nog vermeld in een verslag of bleek een bestuursfunctie te hebben bekleed in de Joodse Gemeente. Met heel veel geluk vind je misschien een manumissiebrief waarin een voorouder een kind met een slavin vrijkoopt. De rest is verdwenen in de nevelen des tijds.
Over de groep als geheel kom je een stuk verder. Er werd wat afgeschreven in voorgaande eeuwen. In de notulen van de Gemeente staan alle geschillen en verordeningen haarfijn beschreven en dat levert boeiende literatuur op. En daaruit kom je dan bijvoorbeeld te weten dat het verboden was voor de heren om in lange broek in de synagoge te verschijnen.
Uit verslagen van het Gouvernement, plantage archieven, belastingopbrengsten, correspondenties met Rabbijnen in Amsterdam en beschrijvingen van reizigers als John Gabriel Stedman is een redelijk beeld te krijgen van hoe het destijds moet zijn toegegaan.
En dus maak je als filmer van al die verhalen één geheel, waarin jouw voorvader een verzameling wordt van allerlei overgedragen gebeurtenissen. Dat buitenkind met die slavin laat je hem vrijkopen, dat komt dan ook goed uit, omdat je daarmee gelijk het verhaal van de gekleurde Joden kunt aansnijden.
 
Het beeld in je hoofd is dan wel rond, maar als filmmaker moet het uiteindelijk ook een zichtbaar beeld worden. En dat valt dan nog niet mee. Hoe zag een orthodoxe Jood uit Suriname er uit in 1776? Liepen ze in het zwart? Hadden ze pijpenkrullen en hoeden? Droegen de vrouwen pruiken? Er zijn geen prenten van, het is nergens expliciet beschreven. Uit kleine brokjes informatie bouw je dan maar je eigen theorie op hoe ze er uit zouden kunnen hebben gezien.
Een theorie die na uitkomst van de film overigens door niemand betwist is.
Meer moeite kostte het destijds om de Surinaamse ploeg ervan te overtuigen dat slavinnen op de plantage destijds toch echt met onbedekte borsten rondliepen, ook als is dat in het moderne Suriname not done. Ondanks de beschikbaarheid van tientallen prenten moest er nog een heuse professor aan te pas komen om dat te bevestigen.
Wat alleen maar aangeeft dat je maar al te geneigd bent om de geschiedenis te kleuren vanuit het nu.
Gelukkig dan toch dat we in die archieven zo af en toe ons eigen beeld keihard ontkracht zien worden en er aan moeten geloven dat die rare voorouders van ons er soms hele vreemde gedachten op na hielden…